aanmelden
cursusdata
contact

Onderzoek

 

Echoscopisch onderzoek

In onze verloskundigenpraktijk hebben wij er voor gekozen zelf geen echo's te maken. Het maken van echo's is een specialistisch vakgebied, waar je continue mee bezig moet zijn om bijzonderheden bij de baby te kunnen herkennen. Daar is onze verloskundigenpraktijk te klein voor. We hebben te weinig zwangere om deze kennis en kunde te waarborgen. Deze mening deelt heel ons verloskundig samenwerkingsverband. (gynaecologen en verloskundigen die lid zijn van verloskundige cooperatie Breda en omstrerken) 

 

Wij verwijzen daarom naar echocentrum FOCUS. Zij hebben echografisten in dienst die, doordat ze voor de hele regio echo's maken, heel veel ervaring hebben. 

 

Echoscopisch onderzoek wordt  gedaan als er een medische reden voor is. Dan wordt het onderzoek ook vergoed door je ziektekostenverzekeraar.

 

Er kunnen verschillende redenen zijn voor echoscopisch onderzoek.

In het begin van de zwangerschap om te zien of het hartje klopt (vitaliteitsecho 7-9 weken) of om de exacte duur van de zwangerschap en de uitgerekende datum te bepalen (termijnecho rond 12 weken). Later in de zwangerschap om, indien nodig, de groei en/of ligging van het kind en de ligging van de placenta te beoordelen.

 

Daarnaast kun je terecht voor onderzoeken in het kader van prenatale screening. Prenatale screening omvat zowel de combitest als de 20-weken echo. 

Meer info op www.echocentrumfocus.nl

 

Wat als er bijzonderheden tijdens de echo worden gezien?

Als er bijzonderheden bij het onderzoek worden gevonden, wordt je hierover geinformeerd. Ook worden wij gebeld. Dan zullen we samen met jou kijken wat de beste volgende stappen zullen zijn. Omdat de gynaecologen uit onze regio ook bij FOCUS zijn aangesloten zijn de lijnen kort en kan er meteen overleg plaats vinden.

 

FEEST echo's

Wanneer je het leuk vindt om buiten je medische echo's een echo te laten maken, kun je daarvoor terecht bij een echoburo die van het maken van deze echo een feestje maakt. Verloskundigenpraktijk De Moriaen heeft goede contacten met verschillende echografisten is deze regio. Informeer op het spreekuur naar de mogelijkheden.

 

 

Prenataal onderzoek - Onderzoek naar aangeboren afwijkingen

 

Elke zwangere vraagt zich af of haar baby wel gezond zal zijn. Gelukkig worden de meeste kinderen gezond geboren. Maar een klein aantal kinderen, zo’n 4 %, heeft bij de geboorte een erfelijke aandoening of aangeboren afwijking. Het is van belang om je te realiseren dat geen enkel prenataal onderzoek een gezond kind kan garanderen. Afhankelijk van het type onderzoek, wordt slechts naar enkele aandoeningen gezocht. Veel aandoeningen kunnen niet met prenatale diagnostiek worden opgespoord.

Deze informatie is niet bedoeld voor ouders met een verhoogd risico op het krijgen van een kind met een aangeboren aandoening. Of er voor jou een verhoogd risico is bespreek je met je verloskundige tijdens het intakegesprek.

In 2004 heeft de Overheid besloten om alle zwangeren over de nieuwste testen voor te lichten. Deze testen worden niet altijd vergoed door de ziektekostenverzekeraar. De kosten zijn tussen de € 120,- en € 200,-. Ben je 36 jaar of ouder, of heb je een medische indicatie voor het verrichten van prenataal onderzoek, dan worden de kosten wel vergoed.

 

Kansberekenende test tijdens de zwangerschap - De combinatietest

 

Deze test geeft je informatie over de kans die je hebt om een kind te krijgen met Downsyndroom. De test geeft geen volledige zekerheid. Het is een kansberekening.

 

Deze informatie kan niet volledig zijn voor alle aanstaande ouders. Sommigen willen geen informatie over prenatale testen.

Anderen willen alles weten. Vraag je verloskundige indien nodig om verdere informatie. Zij is de aangewezen persoon voor je persoonlijke vragen. Ook zijn er boeken, websites en instanties die je verder kunnen helpen.

 
 
Keuzevrijheid betekent kiezen

 

Het feit dat er tegenwoordig technieken zijn waarmee aanstaande ouders hun ongeboren kind kunnen laten onderzoeken, plaatst je als aanstaande ouder voor keuzes, of je dat nu wilt of niet. Laat je je testen of niet? En zo ja, welke testen wil je dan doen? En wat doe je als de uitslag van de test slecht uitvalt? Laat je goed informeren voordat je de keuze maakt. Hopelijk helpt deze informatie om een zo goed mogelijke keuze te maken. Wel testen of niet testen?

 

De kans op het krijgen van een kind met Downsyndroom
 

Leeftijd moeder        kans op het krijgen van een kind met Downsyndroom

 

20-25                     11 tot 13 van de 10.000

26-30                     14 tot 19 van de 10.000

31-35                     20 tot 45 van de 10.000

36-40                     60 tot 155 van de 10.000

41-45                     200 tot 615 van de 10.000

 

Combinatietest

 

De combinatietest is een eerste-trimester-screeningstest. Deze test besaat uit twee onderzoeken: een bloedtest tussen de 9e en 13e week en een echoscopische neklooimeting tussen de 11e en de 13e week van de zwangerschap.De leeftijd van de moeder, de uitslag van het bloedonderzoek en de nekplooimeting met echo, bepalen samen de uitslag van de test.

 

De uitslag

 

Ouders die kiezen voor een test hopen natuurlijk dat de uitslag goed is. Een goede uitslag stelt gerust. Een slechte uitslag veroorzaakt onrust en brengt nieuwe keuzes met zich mee. Laat je aanvullend onderzoek verrichten? Wat houdt dit onderzoek in? Bij een kansberekenende test is de uitslag een getal dat de kans weergeeft. De grens is gelegd bij een kans van 1:200.

Als de kans groter is, bijvoorbeeld 1:175, dan mag aanvullend onderzoek verricht worden. Is de kans lager dan 1:200, dan wil dat niet zeggen dat je kind de te onderzoeken afwijking niet heeft. Aanvullend onderzoek na een slechte uitslag wordt wel vergoed door de ziektekostenverzekeraar.

Er is dus van te voren alle reden om goed na te denken over mogelijk te nemen besluiten in het eventuele vervolgtraject. De testen geven alleen aan of er een verhoogde kans is op een afwijking, zonder uitsluitsel te bieden. Als de test een verhoogde kans aangeeft, neemt de onzekerheid toe. Het is dan moeilijk om van vervolgonderzoek af te zien.

Per situatie is de kans op een kind met het syndroom van Down verschillend. Op www.kiesbeter.nl kun je je persoonlijke situatie invullen. Je krijgt daar, behalve de voor- en nadelen voor jou persoonlijk ook een kanstabel te zien. Dit maakt het mogelijk om zelf te bepalen of je zelf vindt of je een hoog of laag risico loopt op een kind met het syndroom van Down.

 

Vervolgonderzoek

 

Alleen met diagnostisch onderzoek, zoals vlokkentest en vruchtwaterpunctie, kun je uitsluitsel krijgen. Dit onderzoek wordt als meer belastend ervaren en verhoogt de kans op een miskraam. Als uiteindelijk diagnostisch onderzoek aangeeft dat er inderdaad sprake is van een aandoening, sta je voor een moeilijke keuze: aanvaarding van de aandoening en je voorbereiden op een leven met een gehandicapt kind, of afbreken van de zwangerschap.

De verloskundige kan meer informatie geven over deze testen en zal hiervoor, indien nodig en gewenst, verwijzen.

Wil j meer informatie over het vervolgonderzoek kijk dan op: www.erfelijkheid.nl en www.rivm.nl/downscreening

 

 

Niet Invasieve Prenatale Test - NIPT 

 

De NIPT is een nieuwe test waarbij het bloed van de moeder wordt gebruikt om in het laboratorium te testen of het ongeboren kind mogelijk het Down syndroom heeft. Met de NIPT wordt bloed van de zwangere afgenomen en onderzocht in een laboratorium. Het laboratorium test het bloed op douwnsyndroom en twee andere zeer zeldzame syndromen. De NIPT wordt in Nederland alleen aangeboden in het kader van twee wetenschappelijke studies, Trident1 en Trident2. Je kunt dus alleen NIPT krijgen als je ook mee doet aan een van deze deze studie's. uitslag van de NIPT kan niet-afwijkend of afwijkend zijn. De NIPT biedt geen 100% zekerheid. Bij een afwijkende uitslag kan je kind toch geen trisomie hebben en is verder onderzoek nodig als bevestiging van de NIPT-uitslag. Bij een niet-afwijkende uitslag is de kans dat het kind toch een trisomie heeft zo klein dat een vervolgtest niet gedaan wordt.

 

Deze wetenschappelijke studie zorgt er voor dat minder vrouwen dan voorheen worden doorverwezen voor een vlokkentest of vruchtwaterpunctie. Zie ook www.meerovernipt.nl en www.onderzoekvanmijnongeborenkind.nl 

 

 

36 jaar of ouder in de 18e week van de zwangerschap

 

Wanneer je 36 jaar of ouder in de 18e zwangerschapsweek bent, mag je naar een gynaecoloog van de afdeling prenatale diagnostiek in het ziekenhuis. Je krijgt daar een gesprek over de verschillende mogelijkheden op het doen van onderzoek. Of je wel of niet voor een onderzoek kiest, en welk onderzoek je dan kiest, is erg persoonlijk en hangt af van jullie eigen visie. Het is goed om met elkaar te bespreken wat je doet met de zwangerschap als er sprake is van een kind met een aangeboren afwijking. Testen mag, het moet nooit!

Voor welke testen kom je dan in aanmerking?:

 

NIPT 

Vrouwen van 36 jaar of ouder kunnen ook voor de NIPT kiezen. Ook zij doen mee aan een wetenschappelijke studie. De Trident2 studie. Met de NIPT wordt bloed van de zwangere afgenomen en onderzocht in een laboratorium. Het laboratorium test het bloed op Downsyndroom en twee andere zeer zeldzame syndromen. De uitslag van de NIPT kan niet-afwijkend of afwijkend zijn. De NIPT biedt geen 100% zekerheid. Bij een afwijkende uitslag kan je kind toch geen trisomie hebben en is verder onderzoek nodig als bevestiging van de NIPT-uitslag. Bij een niet-afwijkende uitslag is de kans dat het kind toch een trisomie heeft zo klein dat een vervolgtest niet gedaan wordt.

 

Deze wetenschappelijke studie zorgt er voor dat minder vrouwen dan voorheen worden doorverwezen voor een vlokkentest of vruchtwaterpunctie. Zie ook www.meerovernipt.nl en www.onderzoekvanmijnongeborenkind.nl

 
Vlokkentest

 

Dit is geen kansbepalende test. Hij geeft een uitslag die 100% betrouwbaar is. Er wordt naar chromosoomafwijkingen gekeken waaronder het syndroom van Down. Het onderzoek vindt plaats vanaf de 11e en 13e week van de zwangerschap. Via de vagina of via de buikwand wordt er een hapje van het placentaweefsel (moederkoek) weggenomen. Nadeel van dit onderzoek is, dat er een kans op een miskraam is; ½ tot 1%. De uitslag is bekend na 7 tot 10 dagen.

 

Vruchtwaterpunctie

 

Ook dit is geen kansbepalende test, maar een die een uitslag geeft die 100 % betrouwbaar is. Er wordt naar chromosoomafwijkingen en een open ruggetje gekeken. Het onderzoek vindt plaats vanaf de 14e week van de zwangerschap. Via de buikwand wordt er vruchtwater uit de vruchtzak van de baby afgenomen. Nadeel van dit onderzoek is dat er een kans op een miskraam is van

½%. De uitslag is na 3 weken bekend, dus veelal rond de 18e of 19e week van de zwangerschap.

 

Als blijkt dat er sprake is van een afwijkende uitslag, dan kun je er voor kiezen om de zwangerschap voort te zetten of af te breken. Een zwangerschapsafbreking tot de 14e week van de zwangerschap zal door middel van een zuigcurettage plaatsvinden. Na de 14e week van de zwangerschap moet je bevallen van je kindje. De bevalling zal dan worden ingeleid.

Als jullie, om wat voor reden dan ook, de zwangerschap nooit zouden afbreken, dan is het goed om je af te vragen of je de informatie die je met behulp van de vlokkentest of vruchtwaterpunctie krijgt wel wilt hebben.

 

Bloedonderzoek in de Zwangerschap

 

In Nederland is het gebruikelijk om bij alle zwangere in het begin van de zwangerschap een bloedonderzoek te doen. Bij elke zwangerschap wordt dit bloed opnieuw onderzocht op de bloedgroep, de Resus C en D factor, lues, hepatitis B, irregulaire antistoffen en of je beschermd bent tegen rode hond. Een HIV-test gebeurt altijd met je medeweten. Verder controleren we het hemoglobine gehalte (onderzoek van de rode bloedcellen naar bloedarmoede) en het suikergehalte in het bloed (glucose).

Bloedgroep: de bloedgroep kan A, B, AB, of O zijn. Het is belangrijk je bloedgroep te weten voor het geval je een bloedtransfusie nodig hebt.

Resusfactor: de resusfactor is een stof die in het bloed aanwezig kan zijn en gelijk met de bloedgroep bepaald wordt. Indien je die stof hebt, ben je resus-D-positief. Heb je die stof niet, dan ben je resus-D-negatief. Dat is niets bijzonders. Het is een kwestie van erfelijkheid. Een resus-D-negatieve zwangere heeft echter wel bijzondere aandacht nodig om eventueel problemen met een resus-D-positieve baby te voorkomen. Tijdens de zwangerschap en/of bevalling is er namelijk kans dat er een beetje bloed van de baby in de bloedbaan van de moeder komt. Komt er nu bloed van de resus-D-positieve baby in de bloedbaan van de resus-D-negatieve moeder, dan kan de moeder afweerstoffen tegen het bloed van de baby gaan maken. Deze zogeheten antistoffen kunnen via de navelstreng het bloed van de baby afbreken, waardoor de baby ziek wordt. Daarom wordt rond de 12e week uw resus-D-factor bepaald.

 

Ben je resus-D-positief dan gebeurt er verder niets. Je bent resus-D-negatief dan wordt je bloed in week 27 opnieuw onderzocht. Ditmaal op eventuele resus-antistoffen en om de bloedgroep-rhesus van de baby te bepalen. Wanneer je baby Resus D positief blijkt te zijn dan krijg je in week 30 een injectie met anti-resus-D-immunoglobuline. De injectie zorgt ervoor dat de kans nóg kleiner wordt dat je zelf antistoffen gaat vormen die de baby ziek kunnen maken. De baby merkt niets van de injectie en loopt geen enkel risico. Na de bevalling wordt de resus-D-factor van het kind bepaald om te controleren of zijn bloedgroep-rhesus klopte. Wij nemen daarvoor na de bevalling wat bloed daarvoor uit de navelstreng. Indien je kind resus-D-positief is, krijg jij binnen 48 uur (nog) een injectie met anti-resus-D-immunoglobuline toegediend. Je lichaam zal nu geen antistoffen maken. Dit is van belang voor een eventuele volgende zwangerschap van een resus-D-positief kind. Ook in een aantal bijzondere verloskundige situaties zul je (extra) anti-resus-D-immunoglobuline toegediend krijgen.

 

Je bent resus-D-positief:     Geen verdere stappen

 

 

Je bent resus-D-negatief:   Week 27 van de zwangerschap:

 

1. verder onderzoek op resus-antistoffen en bepaling bloedgroep-rhesus van de baby

 

2. injectie met anti-resus-D-immunoglobuline alleen indien de baby een positieve rhesusfactor heeft

in de 30e zwangerschapsweek

 

 

 

Na de bevalling:            

 

Baby: resus-D-negatief - geen verdere stappen

 

Baby resus-D-positief - je krijgt (nogmaals) een injectie met anti-D

 

Verder wordt er ook de resus-C-factor bepaald. Resus C is ook een resus-antistof en werkt hetzelfde als de resus-D factor. Resus C richt naar wij denken veel minder schade bij de baby aan. Er is dan ook geen anti-Rhesus C wat we kunnen toedienen. We zullen wel in de 27e zwangerschapsweek bloed bij je afnemen om te laten controleren of je eventuele antistoffen aan het maken bent.

 

Irregulaire antistoffen

 

Irregulaire antistoffen zijn antistoffen in het bloed. Ze kunnen ontstaan na een bloedtransfusie, maar kunnen ook voorkomen na een zwangerschap. Deze antistoffen kunnen het bloed van de baby geleidelijk afbreken. De baby kan daardoor al tijdens de zwangerschap bloedarmoede krijgen. Na de bevalling heeft de baby een verhoogde kans om geel te worden. Als deze antistoffen gevonden worden, kan ook aan de partner gevraagd worden om zijn bloed te laten controleren. Daarmee kan bepaald worden of er extra controles tijdens de zwangerschap noodzakelijk zijn.

 

Lues

 

Lues (syfilis) is een sexueel overdraagbare ziekte, die soms ongemerkt kan worden opgelopen en meegedragen. De infectie wordt overgebracht via geslachtsgemeenschap. Een geslachtsziekte die iemand soms ongemerkt heeft opgelopen en bij zich draagt. In het begin van de zwangerschap beschermt de moederkoek (placenta) het kind nog tegen de ziekte. Later kan ook het kind geïnfecteerd worden. De ziekte moet daarom zo vroeg mogelijk in de zwangerschap behandeld worden. Mocht je lues hebben, dan is een verwijzing naar een arts noodzakelijk en krijg je zo spoedig mogelijk antibiotica (penicilline).

 

Hepatitis B

 

Hepatitis B is een infectieziekte van de lever die wordt veroorzaakt door een virus. Ongeveer vier op de duizend vrouwen zijn drager van dit virus. De meesten van hen zijn geboren in landen waar de ziekte vaak voorkomt. Dragerschap van Hepatitis B geeft vaak geen klachten. Soms is er sprake geweest van geelzucht of alleen van vermoeidheid. Besmetting kan plaatsvinden bij de geboorte, via geslachtsgemeenschap of via het bloed van iemand die de ziekte heeft.

Bloedonderzoek kan aantonen of je het Hepatitis-B-virus draagt. In dat geval is er een kans dat het kind besmet wordt. Injecties vanaf de geboorte kunnen voorkomen dat je kind ziek wordt. Ook bespreken wij met je hoe je de kans op besmetting van je omgeving zo klein mogelijk kunt houden.

 

Rodehond

 

Ook Rodehond (rubella) wordt veroorzaakt door een virus. Als je geen antistoffen tegen Rodehond hebt kan een infectie tijdens de zwangerschap aangeboren afwijkingen bij het kind veroorzaken. De meeste vrouwen zijn op 11-jarige leeftijd gevaccineerd. Door deze vaccinatie vormen zich antistoffen tegen het rubellavirus. De hoeveelheid antistoffen controleren wij in de zwangerschap. Als er geen of te weinig antistoffen aanwezig zijn, kan in of na het kraambed vaccinatie plaatsvinden met BMR (Bof, Mazelen en Rodehond). In een volgende zwangerschap is er dan geen gevaar meer voor besmetting met Rodehond.

 

 

Onderzoek naar andere seksueel overdraagbare aandoeningen (soa):

 

Als je bang bent dat één van beiden door wisselende seksuele contacten een seksueel overdraagbare ziekte heeft opgelopen, dan is het belangrijk om dit aan ons te vertellen. Voorbeelden van seksueel overdraagbare aandoeningen zijn chlamydia en gonorroe (druiper). Soms kunnen deze infecties onvruchtbaarheid veroorzaken. In andere gevallen geven ze bij vrouwen weinig klachten. Bij de baby kunnen er allerlei ontstekingen optreden. Onderzoek is mogelijk door bijvoorbeeld een kweek van de baarmoedermond af te nemen. De behandeling bestaat uit een antibioticakuur die niet schadelijk is voor het ongeboren kind. Ook de partner wordt doorgaans behandeld.

Markt 21     4931 BR Geertruidenberg     0162-523349     info@moriaen.nl